Hoofdmenu:
Informatie
METHODIEK
Binnen de lesplaats wordt de cursushuis methodiek als leidraad voor ons handelen gebruikt.
Het cursushuis gaat uit van het competentiemodel, d.w.z. dat er gekeken wordt wat leerlingen
kunnen en daar wordt aan vast gekoppeld. De eisen die aan leerlingen gesteld worden moeten uitdagend zijn,
moeten motiverend werken (toegesneden op de diverse leerlingen en hun belevingen/ervaringen en interesses)
en moeten t.a.v. doelstelling haalbaar zijn.
Voorts behelst deze methodiek een aantal uitgangspunten nl.
Daarnaast kent de methodiek een aantal uitgangspunten. Ten eerste “Ieder mens is uniek”
hij/ zij erbij hoort hoeft deze niet steeds op een negatieve manier, met lastig- of storend gedrag, aandacht te trekken. De ZMOK-afdeling negeert storend gedrag maar niet de leerling. Het gedrag wordt afgekeurd maar niet de leerling.
De dagelijkse routine
De dagelijkse routine is gebaseerd op structuur en veiligheid. De methodiek in leidraad bij ons werken met de leerlingen. Het registreren van het gedrag (sociaal emotionele ontwikkelingen) en schoolse vaardigheden wordt in kaart gebracht door het monitoren van de leerlingen volgens vaste formatten.
Het schoolinlichtingenformulier.
Het schoolinlichtingenformulier is al een aantal keren genoemd. Het schoolinlichtingenformulier is een schriftelijk verslag dat ouders, naast het rapport, krijgen tijdens een evaluatiegesprek. De mentor legt in dit formulier verantwoording af.
In het schoolinlichtingenformulier concretiseert de mentor de in het IPA geformuleerde doelstellingen en in het individuele contract vertaalt hij/zij dit in afspraken. De mentor bespreekt zijn voorstel aangaande de afspraken en in overleg met leerling en ouders wordt de formulering hiervan gekozen. Belangrijk hierbij is dat de afspraken positief worden geformuleerd, met een zo concreet mogelijke beschrijving van het gewenste gedrag. Aan het einde van elke periode (zie kalender) evalueert de mentor de werkdoelen, de ondernomen acties en het individuele contract en bespreekt dit op de hiervoor ingeroosterde evaluatiedag met ouders en leerling. Het observeren en formuleren van vaardigheidstekorten en het vertalen naar leerdoelen.
De leerdoelen vormen het uitgangspunt voor het handelingsplan. Tijdens het evaluatiemoment wordt het handelingsplan, actiepunten en individuele afspraken voor de volgende periode opgesteld. Hierbij maakt de mentor gebruik van verschillende informatie bronnen die een duidelijk beeld creëren van een leerling.
Stappenplan.
Het Stappenplan gaat uit van de leerling en diens specifieke gedrag in een schoolsituatie. De eerder genoemde uitgangspunten bepalen het pedagogische klimaat van de ZMOK-afdeling, waarbij de ouders (verzorgers) zoveel mogelijk worden betrokken.
Het stappenplan zijn zaken waaraan leerling, leerkrachten en anderen moeten werken om de beoogde gedragsveranderingen te kunnen realiseren. Gedrag verandert over het algemeen niet zomaar er moeten zaken worden geoefend. Er moet inzicht worden verworven. Er moeten afspraken worden gemaakt. Er moeten taken worden verlicht enz. enz.
Het is echter wel zinvol om rekening te houden met allerlei stappen in deze. Een taakverlichting moet na een loop van tijd tot ontwikkeling leiden waardoor taakverrijking of taakverzwaring moet worden toegepast, anders zou een leerling niet verder komen in zijn/haar ontwikkeling. Daarom moet dit binnen het stappenplan worden verwerkt.
Ook eventuele afspraken of aandachtspunten voor collega`s of interne begeleiders moeten in het
stappenplan worden verwerkt.
Het laatste evaluatie-gesprek en jaarafsluiting vormen de uitgangspunten voor de start voor het nieuwe jaar. De mentor moet een goed afgerond verslag schrijven van zijn/haar mentorleerling dit omdat voor het nieuwe schooljaar meestal een overdracht plaatsvindt naar een andere mentor.
In het eindejaarsverslag neemt de mentor ook de evaluatie van de didactische resultaten mee.
Het handelingsplan dient voortdurend een leidraad te zijn bij de benadering van en besprekingen rond de leerling.
De mentor informeert de collega's tijdens de teamvergadering en geeft actie- en aandachtspunten aan.
Middels de, ook in het handelingsplan vermelde, interne ondersteuning vraagt de mentor aan “de zorgleerling bespreking” of er ondersteuning gegeven kan worden. Vanuit de rapportage en de toelatingsonderzoeken kan reeds naar voren zijn gekomen dat de desbetreffende leerling gebaat is met individuele ondersteuning. Gaandeweg het schooljaar kan dit nodig worden bevonden of tijdens “de zorgleerling bespreking” aan worden gegeven.
Aanmelding
“zorgleerling bespreking Aanmelding voor de zorgleerling bespreking is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de mentor, hij/zij signaleert zaken die aanmelding noodzakelijk maken. De intern begeleider controleert het proces van aanmelding en de stappen die ondernomen zijn om aanmelding te voorkomen.
Het is echter mogelijk dat de Intern begeleider een leerling zelf inbrengt, dit zal echter altijd in overleg met de verantwoordelijke mentor zijn.
Voordat een leerling besproken wordt moet een schoolinlichtingen formulier worden ingevuld, hierin staan zaken die van belang zijn voor de collegae, verder wordt er van de mentor verwacht dat hij/zij stappen heeft ondernomen om collegae te bevragen t.a.v. het functioneren van de desbetreffende leerling tijdens de les en eventuele mogelijke acties en een voorstel voor een stappenplan. De vergadering geeft aanvullingen en adviezen. Het stappen- en actieplan moeten door de vergadering worden goedgekeurd.
Weektaak
De werkwijze op de ZMOK-afdeling is anders dan op een reguliere school.Binnen de klas kunnen leerlingen van verschillende leeftijden en niveau`s zitten. Leerlingen worden ingedeeld op mogelijkheden en de persoonlijke hulpvraag.Aan het begin van de week deelt de mentor de weektaken uit. Hierop staat vermeld wat die week, minimaal, gemaakt moet zijn. Aan het einde van de week vult de mentor de weekevaluatie in. De gegevens worden verwerkt in het schoolinlichtingen formulier.
Gedragsregistratieformulieren
Het gedrag van de leerlingen worden strikt bijgehouden. Voor het bijhouden van het gedrag kent de lesplaats 5 niveau`s die gekoppeld zijn aan ons pedagogisch model, de cursushuismethodiek.Leerlingen die nieuw binnen komen krijgen een gedragsregistratie formulier, Docenten vullen dit formulier ieder lesuur en de pauzes in. Het gedragsregistratieformulier geeft inzicht in de mogelijkheden en beperkingen (vaardigheidstekorten) van de leerling. Iedere week worden de gedragsregistratieformulieren door de mentor bekeken. In het weekgesprek komen de gedragsregistratieformulieren aan de orde en wordt het gedrag besproken.
Weekgesprek
Iedere leerling heeft éénmaal in de twee weken een gesprek met zijn/haar mentor. In het gesprek worden de zaken als gedrag, schoolse ontwikkelingen en persoonlijke leerpunten besproken. Dit is ook het moment dat leerlingen zaken kunnen aangeven om de eigen toekomst vorm te geven, wensen t.a.v. werk en opleiding e.d. Leerlingen gebruiken het weekgesprek ook vaak om persoonlijke problemen te bespreken. Naast de weekgesprekken kan een leerling ook een gesprek met de eigen mentor aanvragen, dit wordt dan gepland tijdens het mentoruur of tijdens het voorbereidingsblok.
Rapportage
Tijdens het evaluatiegesprek ontvangen de leerlingen een rapport. Het rapport is gebaseerd op twee onderdelen.gedragsrapport (waarin volgens de onderdelen van de methodiek gescoord kan worden). Het is van belang om te weten dat leerlingen hierin niet lager kunnen scoren dan een 4 en niet hoger dan een 6. Binnen de lesplaats gaan wij ervan uit dat leerlingen die op alle onderdelen hoger dan een 6 scoren niet op de lesplaats thuis horen. Binnen het trajectplan worden dan acties ondernomen om te zien of een leerling teruggeplaatst kan worden op een school van het samenwerkingsverband.Onderwijsrapport (waarin alle vakken die gegeven worden zijn beoordeeld)Het cijfer is een gemiddelde van een inzetcijfer en beoordelingen van proefwerken en werkstukken.
Schoolinlichtingenformulier ter voorbereiding van zorgbespreking
datum: ……………….
naam :
klas :
mentor:
reden aanmelding (kort) :
Positieve ontwikkelingen van de afgelopen periode.
Probleemstelling(en):....
Is de leerling veelal aan- of afwezig bij de verschillende vakken?
-frequentie, duur, aard, eventuele bijzonderheden.
Hoe zijn de prestaties bij de verschillende vakken.
Hoe is de werkhouding (zelfstandig, al dan niet beweeglijk, tempo, afwerking, concentratie, doorzettingsvermogen)?
Situatie op school:
Hoe is de relatie met klasgenoten/docenten?